Wat doen netbeheerders tegen netcongestie?

Netbeheerders werken op verschillende manieren aan het verminderen van netcongestie. Ze verzwaren en verbeteren het elektriciteitsnet door extra kabels en transformatorstations aan te leggen. Ook maken ze slimmer gebruik van het bestaande netwerk, bijvoorbeeld met flexibele contracten en slimme software om de stroom beter te verdelen. Daarnaast stimuleren ze bedrijven en huishoudens om op andere tijden stroom te gebruiken, zodat het net minder belast wordt. Zie ook de website van Netbeheer Nederland met onder andere overzichtelijke netcapaciteit-kaarten.

Waarom is uitbreiding en verzwaring van het stroomnet niet genoeg?

Uitbreiding en verzwaring van het stroomnet is noodzakelijk, maar het kost veel tijd en geld. Bovendien groeit de vraag naar elektriciteit zo snel dat het netwerk alleen met uitbreiding niet snel genoeg klaar is voor de toekomst. Daarom zijn ook slimme initiatieven en oplossingen nodig, zoals flexibel energiegebruik, lokale opslag en goede samenwerking tussen bedrijven, gemeenten en netbeheerders. Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, kunnen we blijven bouwen én werken aan het energiesysteem van de toekomst.

Wanneer gaat het netcapaciteitsplafond in?

Op het moment van schrijven (maart 2026) staat er in de provinciale verordening van provincie Utrecht een ingangsdatum genoteerd van 1 december 2026, en van provincies Flevoland en Gelderland de datum van 1 januari 2027. Gezien er nog een meerdere onderzoeken lopen kan deze datum nog naar achteren schuiven. Als de ingangsdatum wordt verschoven, wordt dat gecommuniceerd via de lokale tafels en op deze website.

Voor de berekening van het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw wordt een standaard gelijktijdigheid van 70% aangehouden. Hoe werkt dit bij kleinere projecten waarbij een andere gelijktijdigheid geldt?

De standaard gelijktijdigheidsfactor is nodig om de berekening te kunnen maken naar een plafond voor netbewuste nieuwbouw op wijkniveau. Hoewel de gelijktijdigheid bij een individueel woningbouwproject in de praktijk kan afwijken, met name bij kleinere projecten, vlakken deze verschillen uit wanneer meerdere projecten op hetzelfde onderstation worden aangesloten. Op dat schaalniveau ligt de gemiddelde gelijktijdigheid rond de 70%. Om te voorkomen dat voor ieder project afzonderlijk een eigen gelijktijdigheidsfactor moet worden bepaald, wat de uitvoering complexer en minder consistent zou maken, wordt daarom standaard gewerkt met één uniforme gelijktijdigheid van 70% voor de doorrekening van het wijkplafond, ongeacht de projectgrootte.

Voor welke nieuwbouwprojecten geldt het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw?

In de Omgevingsverordeningen staat dat het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw vanaf 1 december 2026 (Utrecht) of 1 januari 2027 (Flevoland en Gelderland) ingaat. Deze ingangsdata zijn nog onder voorbehoud (zie vraag 1). Het plafond is op omgevingsplanactiviteiten (OPA’s) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) van toepassing zodra dit nieuwe beleid in de gemeentelijke omgevingsplannen zijn verwerkt.

Projecten die al een omgevingsvergunning hebben gekregen vóór de verwerking van het beleid in gemeentelijke omgevingsplannen, hoeven niet aan het plafond te voldoen. Op dit moment wordt er gekeken naar een mogelijke overgangsregeling voor projecten die de ingangsdatum van 1 december (Utrecht) of 1 januari (Flevoland en Gelderland) nu net niet lijken te halen.

Waarvoor geldt het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw precies?

Het plafond geldt voor de woningen in een woningbouwproject en voor collectieve voorzieningen die onderdeel van het warmtesysteem zijn (zoals een warmtenet of gezamenlijk bodemsysteem). De provincies stellen nog geen eisen aan andere ontwikkelingen in een woningbouwproject zoals andere collectieve voorzieningen en laadpalen.

Hoe wordt het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw bepaald bij een nieuwbouwproject met meerdere ontwikkelaars?

De omgevingsvergunning is leidend voor het bepalen van het netcapaciteitsplafond. Wanneer meerdere ontwikkelaars één gezamenlijke vergunningaanvraag indienen, geldt er één gezamenlijk plafond voor alle woningen binnen die aanvraag. De totale netbelasting van alle woningen onder die vergunning moet dus gezamenlijk aan het berekende plafond voldoen. Ontwikkelaars bepalen onderling hoe zij dit verdelen en realiseren. Wanneer ontwikkelaars ieder een eigen vergunningaanvraag indienen, wordt per vergunningaanvraag een afzonderlijk plafond berekend. Elke vergunning kent dus een eigen verplichting om aan het betreffende plafond te voldoen, ongeacht het aantal ontwikkelaars binnen het projectgebied.

Hoeveel tijd kost het mij als gemeenteambtenaar om te controleren of er aan het capaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw wordt voldaan?

Het uitgangspunt is dat de controle voor gemeenten zo weinig mogelijk tijd kost. Daarom ontwikkelen de provincies een rekentool waarmee op basis van technische projectgegevens (dezelfde gegevens die ook worden aangeleverd voor de BENG berekening) de netbelasting van het woningbouwproject berekend kan worden.
De vergunningverlener hoeft vervolgens alleen te controleren of de aangeleverde technische gegevens juist zijn ingevuld en of de uitkomst van de rekentool gelijk is aan of lager ligt dan het voor het project vastgestelde netcapaciteitsplafond. Hiervoor wordt een aparte leidraad opgesteld. De rekentool wordt verwacht in maart 2026.

Wat zijn de kosten van het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw voor ontwikkelaars?

Er lopen op dit moment twee onderzoeken waarvan de uitkomsten eind Q1 2026 worden verwacht. Het eerste onderzoek richt zich op de financiële haalbaarheid en maatschappelijke waarde van netbewuste nieuwbouw voor alle betrokken partijen (ontwikkelaar, eigenaar/bewoner en maatschappij). Het tweede, afzonderlijke meerkostenonderzoek, brengt specifiek de technische en financiële gevolgen van de voorgenomen FGU normering voor netbewuste nieuwbouw in kaart.


Hoewel definitieve cijfers nog volgen, lijken de kosten voor veel ontwikkelaars in de praktijk beperkt. Uit de Handreiking Netbewuste Energieconcepten van Nuna Energy blijkt dat nieuwbouwprojecten gemiddeld al rond de 14,5 Wₑ/m² uitkomen, waardoor een groot deel van de markt nu al (bijna) voldoet aan de soepelste norm van 14 Wₑ/m² zonder dat hier regels voor gelden. Ook past circa 70% van de projecten al een ventilatiesysteem met warmteterugwinning toe, een maatregel die helpt om aan de strengste norm te voldoen.

Het beleid sluit daarmee aan bij wat in de markt nu al breed gangbaar is. Het vraagt vooral om het consequenter toepassen van bestaande netbewuste ontwerp- en installatiemaatregelen, niet om het implementeren van volledig nieuwe of dure technieken. Ontwikkelaars die al netbewust ontwerpen, zullen daarom naar verwachting weinig tot geen extra kosten hebben.

Mogen we strenger zijn dan het gestelde netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw?

Een projectontwikkelaar kan er altijd voor kiezen om vrijwillig netbewuster te bouwen dan het vastgestelde plafond. Een gemeente kan dit echter niet verplichten: het netcapaciteitsplafond vormt de maximale wettelijke eis. Gemeenten mogen dus niet strenger normeren dan het vastgestelde plafond voor netbewuste nieuwbouw.

Wanneer mag je afwijken van het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw?

Afwijken van het netcapaciteitsplafond is alleen mogelijk in zeer uitzonderlijke en onverwachte omstandigheden waarin aantoonbaar niet aan het plafond kan worden voldaan. In zulke situaties kan de gemeente een afwijkingsprocedure richting Gedeputeerde Staten starten. De provincie beoordeelt vervolgens of er voldoende noodzaak en onderbouwing is om een afwijking toe te staan.

Hoe en wie bepaalt of een bodemenergiesysteem of luchtwarmtesysteem van toepassing is?

De gemeente bepaalt of een bodemenergiesysteem toepasbaar is binnen een specifiek woningbouwproject. Bij deze beoordeling kijkt de gemeente in ieder geval naar factoren zoals bodembeschermingsgebieden, grondsoort en eventuele andere lokale randvoorwaarden.
Wanneer een gemeente nog geen bodemenergiebeleid heeft, is het verstandig om in het warmteprogramma algemene uitgangspunten voor bodemenergie op te nemen, of het opstellen van specifiek bodemenergiebeleid als actie te benoemen binnen de stap naar netbewuste nieuwbouw. Het is daarbij wenselijk om beleid voor bodem(energie) en energie(transitie) op elkaar af te stemmen of in samenhang te ontwikkelen.
Gemeenten kunnen bodemenergiebeleid op verschillende manieren vormgeven, bijvoorbeeld via:
• Een masterplan bodemenergie – een strategisch beleidskader voor de hele gemeente of regio.
• Een bodemenergieplan – een concreet uitvoeringsplan voor een gebied waar nieuwbouwontwikkelingen worden verwacht.
• Een warmteplan – waarmee de gemeente kan sturen op de aanleg en kenmerken van een collectief warmtesysteem dat gebruikmaakt van een bodembron.

Welke stappen moet ik als gemeente ambtenaar ondernemen om het plafond voor netbewuste nieuwbouw in projecten te krijgen?

Tijdens het gemeentelijke implementatieproces wordt een stappenplan uitgewerkt dat zal gedeeld worden op netbewustbouwen.com zodra het klaar is (te verwachten eind Q2).

Hoe werkt het met projecten met verschillende faseringen?

De vergunningaanvraag is leidend voor de bepaling van het netcapaciteitsplafond. Wanneer een project in meerdere fasen wordt ontwikkeld en voor elke fase een aparte vergunningaanvraag wordt ingediend, wordt per fase een afzonderlijk plafond vastgesteld.

Hoelang blijft dit plafond voor netbewuste nieuwbouw gelden?

De provincies en netbeheerders ontwikkelen momenteel een evaluatiekader waarin wordt vastgelegd hoe en wanneer de hoogte van het netcapaciteitsplafond wordt herzien. Dit kader is nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat het plafond elke 3 tot 5 jaar wordt geëvalueerd en zo nodig aangepast, op basis van de actuele stand van zaken rond netcongestie, beschikbare technieken en nieuwe inzichten.

Het huidige plafond is bewust vastgesteld op een niveau dat met bestaande technieken altijd haalbaar is. Een groot deel van de markt — naar verwachting circa 70% — voldoet nu al aan dit startniveau. Daarom wordt het huidige plafond beschouwd als een instapmodel dat vooral bedoeld is om partijen die nog niet vanzelf netbewust bouwen mee te nemen.
Op termijn ligt een verdere aanscherping van het plafond voor de hand, om de woningbouwopgave uitvoerbaar te houden binnen de beschikbare netcapaciteit.

Krijg ik als ik voldoe aan het plafond ook voorrang binnen het ACM prioriteringskader?

Nee. Het voldoen aan het netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw geeft geen voorrang binnen het ACM prioriteringskader. Dit zijn twee gescheiden instrumenten. Vanaf 1 juli 2026 stopt het automatisch reserveren van capaciteit voor kleinverbruik, en dit verandert niet door het voldoen aan het plafond. Bij schaarste bepaalt het prioriteringskader van de ACM welke aanvragen wanneer worden aangesloten. De instructieregel helpt vooral om binnen de beschikbare ruimte op het net zoveel mogelijk woningbouw mogelijk te maken, maar het creëert geen recht op voorrang bij aansluitingen.

Hoe ziet het verordeningsproces eruit?

Ga naar Netcapaciteitsplafond voor netbewuste nieuwbouw – Proces & planning

Is er een mogelijkheid tot inspraak in het verordeningsproces?

Ja, de ontwerpwijziging van de omgevingsverordening ligt zes weken ter inzage. In deze periode kunnen zienswijzen ingediend worden. Voor de provincie Utrecht is de inzagetermijn verstreken op 17 februari 2026. Voor de provincie Gelderland is de inzagetermijn van 12 februari 2026 tot en met 25 maart 2026. Voor de provincie Flevoland is dit tot en met 7 april 2026.

Wat is de rol van de netbeheerder bij het plafond?

De netbeheerders zijn lid van de werkgroep die heeft gewerkt aan de totstandkoming van het beleid. Daarnaast beheert de netbeheerder het elektriciteitsnet waar projecten van de initiatiefnemer op aangesloten worden.  

Scroll naar boven